Kenniscentrum voor fietsbeleid

Beleidskader fietsparkeren bij publiekstrekkende bestemmingen

Ria Hilhorst , IVV, Gemeente Amsterdam
2008

De notitie schetst het kader waarbinnen de gemeente Amsterdam fietsparkeervoorzieningen realiseert en maatregelen neemt om het gebruik van stallingen
te bevorderen.

Bestand. Klik om de link te openen (opent in een nieuw venster):

In deze samenvatting zijn de belangrijkste beleidsuitspraken en –doelstellingen opgenomen. 

a  De problematiek van het fietsparkeren wordt gekenmerkt door:
- hoog fietsdiefstalcijfer;
- problematische situatie in openbare ruimte en inefficiënt gebruik van die ruimte;
- tekort aan zowel onbewaakte als bewaakte stallingruimte;
- slecht gebruik van Lockerstallingen;
- tegenstrijdige belangen en organisatorische knelpunten.

b Doelstelling van dit beleidskader is het formuleren van een samenhangend beleid voor het oplossen van fietsparkeerproblemen bij concentraties van publiekstrekkende stedelijke bestemmingen (= bezoekersparkeren). Dit zijn bestemmingen met een stedelijke (= stadsdeel overstijgende) functie die veel publiek trekken. Het gaat in het bijzonder om uitgaanslocaties, winkelgebieden, culturele voorzieningen, metrostations, regionale busstations en combinaties van verschillende soorten bestemmingen met een publieksfunctie. 

c De centrale stad is verantwoordelijk voor de realisatie en de exploitatie van bewaakte fietsparkeervoorzieningen voor bezoekers voorzover passend binnen de financiele randvoorwaarden. De stadsdelen zijn verantwoordelijk voor realisatie van onbewaakte stallingvoorzieningen op maaiveld voor bezoekers (en voor stallingvoorzieningen voor bewoners). 

d Voor fietsparkeervoorzieningen bij individuele publiekstrekkende bestemmingen zijn de eigenaars/exploitanten van deze bestemmingen in beginsel zelf verantwoordelijk(bijvoorbeeld bioscoop, zwembad, theater). Het hoort bij hun taak om te zorgen voor voldoende fietsparkeervoorzieningen voor hun bezoekers. Dit geldt ook voor stallingvoorzieningen bij NS-stations: daarvoor is ProRail verantwoordelijk. 

e De doelstellingen van het fietsparkeerbeleid zijn onderdeel van hogere doelstellingen op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid, luchtkwaliteit, diefstalveiligheid, bevordering van fietsgebruik, openbare ruimte en werkgelegenheid. 

f De centrale stad beschouwt de kosten van fietsparkeren als onderdeel van de kosten om Amsterdam bereikbaar te houden. 

g Het is de ambitie van de gemeente een netwerk van bewaakte stallingen te realiseren, de kwaliteit van de stallingen te bevorderen, het gebruik te verbeteren en de exploitatiekosten te beperken.

h In de komende vijf jaar worden vijf nieuwe stallingen aan het Lockernetwerk toegevoegd (onder voorwaarde dat behoefte-onderzoek de noodzaak aantoont). Er wordt geexperimenteerd met innovatieve fietsparkeeroplossingen. Prioritering en programmering vinden plaats in overleg met de stadsdelen.

i Als er een fietsparkeerprobleem is, wordt bij de realisatie van nieuwe voorzieningen een locatiegerichte aanpak gehanteerd, waarbij stadsdelen en centrale stad, in samenwerking maar met ieder haar eigen verantwoordelijkheid, komen tot oplossingen en uitvoering. 

j Voor de aanpak van fietsparkeerproblemen is het “Stroomschema Ontwikkeling fietsparkeervoorzieningen” leidend. (Zie schema op p. 7). 

k Voorafgaand aan realisatie van een stalling vindt een kosteneffectiviteitstoets plaats. Deze bestaat uit het toetsen aan een investeringsnorm (maximaal € 1.000,- per fietsplaats in het geval van een maaiveldstalling en maximaal € 3.300,- bij een inpandige of ondergrondse stalling) en aan een exploitatienorm (maximaal € 2,-- per gebruiker). 

l Indien er geen fysieke en/of stedebouwkundige belemmeringen zijn, heeft een maaiveldstalling de voorkeur. Lukt dat niet, wordt gekeken naar mogelijkheden voor een inpandige stalling. Als het noodzakelijk is daarvoor met beschikbare middelen actief panden te verwerven, zal dat gebeuren. Ondergrondse stallingen kunnen aan de orde zijn bij fysieke belemmeringen op maaiveld. 

m Innovatieve en/of automatische parkeeroplossingen worden onderzocht indien de kosteneffectiviteitstoets negatief uitpakt. 

n Om de exploitatiekosten te beperken worden maatregelen genomen om het gebruik te bevorderen en de inkomsten te verhogen.

o Afwijkingen op de tarieven van bewaakt stallen zijn mogelijk in het kader van tijdelijke acties om het gebruik te stimuleren. Dit geldt tevens voor experimenten met gratis stallen.

Nieuws
2005
Op dit moment fietst driekwart van de Amsterdammers regelmatig. Uitvoering van het nieuwe Meerjarenbeleidsplan Fiets 2006-2010 moet ertoe leiden dat de Amsterdammers in 2010 voor ten minste 37% van hun dagelijkse verplaatsingen de fiets als vervoermiddel gebruiken.

Er zijn nog geen reacties geplaatst

Reactie plaatsen

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie plaatsen. Vul a.u.b. uw e-mailadres in om uw registratie te controleren

E-mail: