Kenniscentrum voor fietsbeleid

Deelfiets kan stationsstallingen ontlasten

2018
plaatje

Fiets-treinreizigers fietsen liever naar een verder weg gelegen groot station met een goed spoor- en stallingsproduct dan naar een dichtbij gelegen klein station met een minder spoor- en stallingsproduct. Op deze manier vermijden ze een extra overstap.  Dit concludeert het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) in het rapport ‘Waar zouden we zijn, zonder de fiets en de trein’.

Fietsenstallingen bij veel grote treinstations blijven (over)vol, ondanks jarenlange uitbreiding van het aantal stallingsplaatsen. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat fiets-treinreizigers vaak hetzelfde vertrekstation kiezen, ook als ze de keuze hebben uit meerdere stations. Om fietsers te verleiden voor een ander station, zonder (over)volle fietsenstallingen te kiezen, is het hebben van een keuze uit twee of meer gelijkwaardige stations belangrijk. Gelijkwaardig in kwaliteit van het spoorproduct en stallingsproduct en op een acceptabele fietsafstand.

Vergeleken met treinreizigers die met een andere modaliteit naar het station reizen, zijn fiets-treinreizigers jonger, vaker universitair geschoold, en studeren of werken ze vaker.

Een hemelsbrede fietsafstand van 1 à 3 kilometer tussen de woonlocatie en het station heeft onder treingebruikers een brede acceptatie. De gemiddelde hemelsbrede fietsafstand tussen woonlocatie en het gekozen station ligt op 2,4 kilometer. Dit komt overeen met een daadwerkelijke gemiddelde fietsafstand van ongeveer 3,4 kilometer.

Met de elektrische fiets kan mogelijk een nieuwe groep fiets-treinreizigers worden aangeboord. Deze groep betreft treinreizigers die relatief ver (op meer dan 3,5 kilometer hemelsbrede afstand) van een station wonen. Het gaat om treinreizigers die nu nog met een andere modaliteit van en naar het station reizen en/of nieuwe (trein)reizigers die voor de totale verplaatsing nu een andere modaliteit gebruiken.

Stallingdruk wordt ook veroorzaakt door fietsen die op het station klaar staan, voor vervoer naar werk, opleiding of een andere activiteit. Deze fietsen staan ongeveer vier keer zo lang achtereen gestald in een stationsstalling dan fietsen die worden gebruikt voor vervoer tussen huis en station en ze zorgen samen voor minimaal 45% van de stallingsdruk bezien over alle stations in Nederland.

Ongeveer 30 procent van de tweedefietsbezitters heeft een abonnement op een fietsenstalling aan de activiteitenzijde. De vraag is, aldus KiM, of deze groep fietsers de juiste prijs betaalt voor de stallingsdruk die ze daar veroorzaken. Bij een vast bedrag ontbreekt immers de prikkel om de fiets kort te stallen.

Het KiM concludeert ook dat er waarschijnlijk een aanzienlijke latente vraag is naar fietsen aan de activiteitenzijde van de treinreis, naar werk, opleiding of ontspanning. Deelfietsen lijken hiervoor de meest aantrekkelijke optie.

Rapport
Olaf Jonkeren, Lucas Harms, Peter Jorritsma, Olga Huibregtse, Peter Bakker (Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid) , Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
2018
Fietsenstallingen bij veel grote treinstations blijven (over)vol, ondanks jarenlange uitbreiding van het aantal stallingsplaatsen. Fiets-treinreizigers fietsen liever naar een verder weg gelegen groot station met een goed spoor- en stallingsproduct dan naar een dichtbij gelegen klein station met een minder spoor- en stallingsproduct. Op deze manier vermijden ze een extra overstap. Wel vergroot dit de stallingsdruk op grote stations. Dit concludeert het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) in het rapport ‘Waar zouden we zijn, zonder de fiets en de trein’.
Nieuws
2018
De deelfiets kan stationsstallingen mogelijk ontlasten. Dat schreef het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) onlangs nog in een studie naar de combinatie fiets en trein. In het kader van de Tour de Force worden nu gemeenten gezocht die aan een pilot mee willen doen.
Marjolein de Lange (ML Advies, Organisatie & Onderzoek)
03-07-2018 @ 10:11

rond 2005 is er bij station Amsterdam Zuid een kleine proef gedaan OV-fiets@home. Uitgaande forenzen via Zuid hadden een OV fiets thuis, waarmee ze naar het station fietsten. Deze kon vervolgens gebruikt worden door allerlei OV-fiets klanten. De fiets nam daarmee geen kostbare plek in in de stalling.

De resultaten van het onderzoek heb ik nooit gezien, maar zouden bij OV-fiets en gemeente Amsterdam te vinden moeten zijn, lijkt me. Ze zijn nuttig voor de nu voorgestelde proeven. Ook als die resultaten niet indrukwekkend waren.

Martin Pƶttker (Fietsersbond Breda)
04-07-2018 @ 10:51

Nederland is een fietsland. Inwoners hebben meestal tenminste één fiets, maar daarnaast nog een fiets voor stadsgebruik. In de openbare ruimte en in stallingen ontstaat hierdoor plaatsgebrek. Deelfietsen zou een oplossing zijn, want dit beperkt het fietsbezit en daarmede de behoefte aan stallingsplaatsen. Er zijn al veel inititiatieven van deelfietsorganisaties. Faciliteren is de oplossing. Bijzonder is, dat inzet van deelauto's in de aandacht is. Organisatie hiervan is veel compexer en kapitaalintensiever. Het basisprincipe is evenwel gelijk.
Tot slot kan als voorbeeld de IJ-pont in Amsterdam genoemd worden. Met deelfietsen aan beide zijden van het IJ wordt de capaciteit van de pont sterk vergroot. 

Reactie plaatsen

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie plaatsen. Vul a.u.b. uw e-mailadres in om uw registratie te controleren

E-mail: