Kenniscentrum voor fietsbeleid

Fietsberaadpublicatie 14. Fietsparkeerproblemen onder het vergrootglas

Otto van Boggelen (Fietsberaad) BenoƮt Thijssen (Groen Licht Verkeersadviezen) , Fietsberaad
2008
plaatje

Gedetailleerd onderzoek naar fietsparkeerproblemen rond stations van Haarlem, Leiden, Eindhoven en Nijmegen.

Bestand. Klik om de link te openen (opent in een nieuw venster):

Een papieren versie van deze publicatie kunt u gratis bestellen door hier te klikken.

In deze studie staan twee vragen centraal:

  • Op welke manier is het (grote) tekort aan onbewaakte stallingen bij (middel)grote stations op korte termijn te verkleinen?
  • Hoe is de overlast van foutgeparkeerde fietsen te beperken?

Om antwoorden op deze vragen te vinden, is de situatie rond vier (middel)grote centrumstations uitgebreid geanalyseerd. Het betreft de stations in Leiden, Haarlem, Eindhoven en Nijmegen.

De belangrijkste conclusies zijn:
Op korte termijn zijn de capaciteitsproblemen bij drie van de vier onderzochte stations grotendeels op te lossen door een betere benutting van de beschikbare fietsparkeercapaciteit. Dat kan op de volgende drie manieren:

  • Stimuleren van het gebruik van de bewaakte stallingen. Daarvoor moet het stallingstarief (voor bepaalde doelgroepen) aanzienlijk verlaagd worden en de routing geoptimaliseerd worden, zodat het gebruik van de bewaakte stalling minder tijd kost.
  • Continue handhaving van de maximum parkeerduur. Anders gezegd: regelmatig weesfietsen verwijderen.
  • Stimuleren van het gebruik van minder gunstig gelegen onbewaakte stallingen. Daarvoor moet het gewoontegedrag van fietsers doorbroken worden, bijvoorbeeld door hen persoonlijk te informeren over alternatieve stallingslocaties. Of door ‘s ochtends vroeg foutgeparkeerde fietsen te verplaatsen naar de onderbenutte stallingen.

Om de groei in de komende jaren te kunnen opvangen, blijft daarnaast waarschijnlijk wel een aanzienlijke capaciteitsuitbreiding noodzakelijk. Het onderzoek onderstreept verder dat een gunstige ligging van (nieuwe) stallingen ten opzichte van aanrijdroute en station doorslaggevend zijn voor het gebruik.

Het stallingsgedrag van fietsers wordt sterk bepaald door de parkeerdruk. Het aantal foutgestalde fietsen neemt duidelijk toe als het aantal vrije klemmen in de loop van de ochtend afneemt. De meeste fietsers die fout parkeren proberen dit toch nog enigszins ordelijk te doen. Als de tekorten toenemen, stijgt ook het aantal foutgeparkeerde fietsen dat ernstige hinder veroorzaakt. De beste manier om de hinder te verkleinen is dan ook een verlaging van de parkeerdruk.

Deze conclusies zijn gebaseerd op uiteenlopende onderzoeken die in de verschillende hoofdstukken aan bod komen.

Ontwikkelingen
Hoofdstuk 3 beschrijft de ontwikkelingen in de afgelopen jaren. Bij de vier stations in dit onderzoek zijn in grote lijnen dezelfde ontwikkelingen te zien als bij de andere (middel)grote centrumstations in Nederland (zie ook Fietsberaadpublicatie 12). Het fietsgebruik naar de stations is in de periode 2002-2005 flink gestegen. Dit komt enerzijds doordat het treingebruik sinds 2003 weer in de lift zit. Daarnaast hebben veel treinreizigers de bus in het voortransport verruild voor de fiets. De groei van het fietsgebruik vertaalt zich vooral in een grotere vraag naar onbewaakte stallingsplekken. De bewaakte stallingen profiteren nauwelijks van de toegenomen populariteit van de fiets.
De mate waarin deze ontwikkelingen zich voordoen, verschilt wel per station. In Haarlem is de overstap van bus (-28%) naar de fiets (+50%) veel groter, waardoor ook de behoefte aan onbewaakte plekken enorm is gegroeid (>50%) in 3 jaar tijd.

Bewaakt en onbewaakt
In hoofdstuk 4 wordt de bezetting van zowel de bewaakte als de onbewaakte stallingen gedurende een werkdag beschreven. De verdeling bewaakt/onbewaakt blijkt bijzonder onevenwichtig. Op het maatgevende piekmoment staat gemiddeld 42 procent van de plekken in de bewaakte stallingen leeg. Het gaat om honderden bewaakte plekken per station.
Tegelijkertijd is er in de openbare ruimte een tekort aan onbewaakte plekken van ongeveer 37 procent (ruim 1.300 plekken per station). Een beter gebruik van de bewaakte stallingen kan het stallingsprobleem dus aanzienlijk verlichten. In de bewaakte stallingen van Eindhoven en Leiden is zowel overdag als ’s nachts nog veel restcapaciteit beschikbaar. De marketing moet hier dus zowel gericht worden op treinreizigers die de fiets gebruiken in het voortransport (overdag) als op hen die de fiets gebruiken in het natransport. In Haarlem en Nijmegen is de leegstand in de nacht veel groter dan overdag, zodat de natransportfietsers hier een interessante doelgroep zijn.

Ondanks de hoge parkeerdruk bij de onbewaakte stallingen worden toch niet alle onbewaakte plekken benut. Zelfs niet in Haarlem, dat een extreem hoge fietsparkeerdruk kent. Dat hangt in ieder geval samen met de afstand tot de stationsingang, in combinatie met de ligging ten opzichte van de aanrijdroute en de aanwezigheid van barrières tussen de stalling en de stationsingang. De keuze van de stallingslocatie is gewoontegedrag. Alleen met robuuste maatregelen is dit gewoontegedrag te doorbreken. Stallingsgedrag kan op korte termijn beïnvloed worden, maar vergt daarna wel permanente aandacht van de beheerder van de stationsomgeving. Duurzame alternatieven op (middel)lange termijn zijn verplaatsing van stallingen naar gunstiger locaties, aanpassing van de aanrijdroutes of de aanleg van nieuwe toegangen tot de perrons.

Stallingsgedrag Hoofdstuk 5 presenteert de uitkomsten van twee onderzoeken naar stallingsgedrag. Uit tellingen van geparkeerde fietsen blijkt dat het aantal foutgestalde fietsen sterk toeneemt als meer dan tachtig procent van de klemmen in een stationsgebied bezet is. Fietsers parkeren dan vooral nabij of tussen de klemmen. Het aantal ‘wild’ gestalde fietsen is ongeveer de hele dag constant, behalve in Haarlem. Hier is de parkeerdruk zo hoog dat ook op grote schaal wildgeparkeerd wordt. ’s Ochtends vroeg zijn er overigens voldoende klemmen vrij voor alle foutgeparkeerde fietsen. Aanbevolen wordt om met enige regelmaat in de vroege ochtend de foutgeparkeerde fietsen te verplaatsen naar lege klemmen op locaties die overdag onvolledig benut worden.

Uit een gedragobservatie blijkt dat fietsers in de loop van de ochtend steeds langer moeten zoeken om een vrije klem te vinden. Tegelijkertijd stalt men de fiets in de loop van de ochtend steeds dichter bij het station. Een verklaring hiervoor is dat fietsers, als er op de beoogde locatie geen plek beschikbaar is, in de richting van het station lopen om een plek te zoeken. Om dit te voorkomen zouden fietsers al vroegtijdig op de aanvoerroute geïnformeerd moeten worden over het aantal beschikbare plekken.
Verder blijkt uit de gedragobservatie dat de parkeerdruk van grote invloed is op het aantal fietsers dat op een locatie parkeert die ernstige hinder veroorzaakt. De structurele oplossing voor hinder van foutgeparkeerde fietsen is dan ook voldoende parkeerplekken op aanvaardbare locaties. Om de stallingsdiscipline scherp te houden blijft het daarnaast nodig om foutgeparkeerde fietsen die hinder en gevaar veroorzaken weg te slepen.

Fietsparkeerduur Uit het stallingsduuronderzoek in hoofdstuk 6 blijkt dat minder dan de helft van de fietsen in de onbewaakte stallingen binnen 24 uur weer wordt opgehaald. Ongeveer een kwart van de fietsen wordt voor enkele dagen of langer gestald. Dit zijn vooral fietsen die worden gebruikt in het natransport. Vanwege de langere parkeerduur doen deze natransportfietsen een relatief groot beroep op de onbewaakte stallingscapaciteit. Maatregelen die deze groep fietsers kunnen verleiden om gebruik te maken van de bewaakte stalling zijn dan ook relatief effectief om capaciteitsproblemen bij de onbewaakte stallingen te verkleinen.
Ongeveer een vijfde van alle gestalde fietsen betreft weesfietsen die niemand ooit meer ophaalt. Met regelmatige verwijderacties van weesfietsen is de beschikbare capaciteit aanzienlijk te verruimen. Uit de ervaringen in Haarlem blijkt enerzijds dat het aantal weesfietsen ook na verwijderacties weer snel groeit en anderzijds dat een nauwgezette aanpak nodig is om alle weesfietsen op te sporen.

Enquête Tot slot komen de gebruikers van de onbewaakte stallingen zelf aan het woord in een enquête (hoofdstuk 7). Hieruit blijkt onder andere dat:

  • Veel fietsers (72%) zelf ook hinder ondervinden van foutgestalde fietsen. Er is echter weinig draagvlak voor het verwijderen van alle foutgeparkeerde fietsen.
  • Een overgrote meerderheid vindt dat er (veel) te weinig klemmen zijn.
  • Meer dan 90 procent van de respondenten de fiets altijd op dezelfde locatie stalt. Ligging ten opzichte van de aanrijdroute en de afstand tot de perrons zijn daarbij doorslaggevend. Over de ligging is meer dan 80 procent tevreden.
  • De stallingskosten (75%) en de extra tijd die nodig is om de fiets in de bewaakte stalling te zetten (62%) de belangrijkste redenen zijn om geen gebruik te maken van de bewaakte stalling.
Artikel
2003
Empirisch onderzoek bij NS-stations toont aan dat het percentage zwerffietsen, en dus het capaciteitstekort aan parkeervoorzieningen, wellicht verminderd kan worden door ongebruikte fietsen te ruimen.
Rapport
Otto van Boggelen (Fietsberaad) en Benoit Tijssen (Groen Licht Verkeersadviezen) , Fietsberaad
2007
Steeds meer signalen wijzen erop dat de behoefte aan fietsparkeervoorzieningen bij stations snel toeneemt. In dit onderzoeksrapport staat de vraag centraal of dit inderdaad zo is en wat daarvoor de verklaringen zijn.
Artikel
Otto van Boggelen, , Fietsverkeer nr. 18
2008
Artikel over onderzoek van het Fietsberaad naar capaciteitsproblemen met betrekking tot fietsparkeren bij de stations in Haarlem, Leiden, Eindhoven en Nijmegen.
Rapport
Otto van Boggelen (Fietsberaad) en Benoit Tijssen (Groen Licht Verkeersadviezen) , Fietsberaad
2007
There are increasing signs revealing that the need for bicycle parking provisions at stations is rapidly rising. This research report focuses on whether this is correct and examines the explanations.
Artikel
2003
Empirical studies at train stations show the percentage of misplaced bicycles, and consequently shortages in bicycle parking capacity, may be reduced by removing unused bicycles.

Er zijn nog geen reacties geplaatst

Reactie plaatsen

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie plaatsen. Vul a.u.b. uw e-mailadres in om uw registratie te controleren

E-mail: