Kenniscentrum voor fietsbeleid

Fietshellingen in Nederland

Christian ter Braack en Rico Andriesse , Fietsberaad en Goudappel Coffeng
2009
plaatje

Het onderzoek in dit rapport richt zich op het verzamelen en inventariseren van de verschillende richtlijnen voor fietshellingen.

Bestand. Klik om de link te openen (opent in een nieuw venster):

Samenvatting

Al in 1946 heeft ing. Roos een reeks publicaties uitgebracht waarin ontwerprichtlijnen
voor fietshellingen omschreven zijn. Zijn onderzoek is gebaseerd op de mening van enkele
wegbeheerders. Zij konden aangegeven of ze wisten waar fietsers moeite hadden om een
helling te overwinnen. Op basis hiervan kwam ing. Roos tot aanbevelingen voor
hellingspercentages. Daarnaast bevat hij aan om op langere hellingen af en toe een
horizontaal plateau aan te leggen.
Uit de richtlijn van Roos, is de bij de ontwerpers bekende vuistregelen afgeleid:
percentage = 1 : (10 x Hoogte) afgeleid (ook te schrijven als lengte = 10 x h^2). Het getal
10 bepaald hier de steilte van de hellingbaan.
Tot 1984 is er (voor zover bekend) geen nieuw onderzoek uitgevoerd naar fietshellingen.
Van Laarhoven heeft toen een diepgaand onderzoek uitgevoerd naar de fysiologische
beperkingen van het fietsen op hellingen. In zijn onderzoek houdt hij rekening met
omstandigheden als wind, luchttemperatuur en lichtgesteldheid (gebruik van een
dynamo). Van Laarhoven concludeert dat een helling aan het begin veel steiler moet zijn
dan op het eind. Gedachte hierachter is dat een fietser een aanloopsnelheid opbouwt en
zo snel hoogte overbrugt daarnaast zorgt een aflopend hellingspercentage voor een
constantere fietssnelheid en inspanning. De maximale helling is afhankelijk van de te
overwinnen hoogte. In de grafiek is het verband weergegeven tussen het hoogteverschil
en de gemiddelde hellingshoek. Ook Van Laarhoven onderschrijft de conclusie van Roos
dat er op langere hellingen een plateau aangelegd moet worden. In zijn onderzoek
beveelt hij aan dit te doen op hoogteverschillen van meer dan 5 meter.
Het onderzoek van Van Laarhoven ligt aan de basis van de diverse uitgaven zoals wij die
vandaag de dag kennen van het CROW (Tekenen voor de fiets (1993) en Ontwerpwijzer
Fietsverkeer (2006)). In het onderzoek van Christian ter Braack worden de fietshellingen
onderzocht op basis van de in de praktijk aangelegde hellingen.

In het uitgevoerde onderzoek stonden de volgende onderzoeksvragen centraal:
— Welke ontwerprichtlijnen, kencijfers en vuistregels zijn er?
— Hoe steil mag een helling zijn?
— Wat is de relatie met de lengte van de helling?
— Wat zijn de mogelijkheden als een hellingbaan niet past?
— Wat is de relatie met richtlijnen voor mindervaliden?
Door het uitvoeren van een literatuur- en een praktijkonderzoek is getracht een antwoord
te vinden op de onderzoeksvragen. De belangrijkste uitkomsten staan in dit artikel
omschreven, voor verdere informatie over dit onderzoek kunt u terecht op de website van
het Fietsberaad.
Het praktijkonderzoek bestond uit het inmeten van elf kunstmatige fietshellingen in
Nederland. Door om de tien meter het hellingspercentage in te meten was het mogelijk
om een goed beeld te krijgen van de helling. Zitten er bijvoorbeeld horizontale plateaus
in de helling of zijn er extreme uitschieters. Naast het inmeten zijn er ook enquêtes
afgenomen bij de gebruikers van de fietshellingen.
Op basis van de gemeten waarden zijn er twee factoren berekend. De X-factor in de
formule l = x.h2 waarin L de lengte van de hellingbaan is en h het te overbruggen
hoogteverschil. Ten tweede de zwaarte van de helling Z in de formule Z = a2.l waarin a
staat voor het (voor elk gedeelte afzonderlijk te meten) hellingspercentage van de helling.
In de enquête is aan de gebruikers gevraagd wat zij van de helling vonden. Of ze moeite
hadden met de helling en of dat deze eventueel wel wat steiler had gemogen. Daarnaast
is gevraagd naar mogelijke alternatieven als de huidige hellingbaan niet zou passen. Bij
de toegepaste onderzoeksmethode moet wel rekening gehouden worden met het feit dat
fietsers die de helling veel te steil vinden waarschijnlijk een andere route zullen zoeken en
dus niet zijn geïnterviewd. Hierdoor vallen de beoordelingen vanzelfsprekend hoger uit.
De uitkomsten uit de enquête zijn omgezet naar cijfers en deze zijn gekoppeld aan de
gevonden factoren uit het onderzoek. Op basis hiervan zijn er een aantal verbanden
gevonden. Er kan gesteld worden dat een hoge X-factor zorgt voor een positievere beoordeling van de helling. En dus een kwalitatief betere helling. Bij een X-factor van 10
scoort de helling een 6. Hoe hoger deze factor is, des te flauwer de helling wordt, des te
beter de beoordeling.
Ook zorgt een groter hoogteverschil voor een hogere Z-waarde van de helling. Maar, hoe
groter de Z-waarde hoe lager de beoordeling van de helling. Dus hoe meer inspanning er
verricht moet worden hoe lager het cijfer is.
In het onderzoek zijn diverse hellingen onderzocht. De gevonden hellingspercentages zijn
zeer divers zo heeft de Nijmeegse kant van de Snelbinder slechts een hellingspercentage
van 0,52% (X-factor = 32,54). De zuidelijke helling van de Maximatunnel in Rijssen kent
daarentegen een gemiddeld hellingspercentage van 3,96% (X-factor = 7,79). Over het
algemeen zijn er hellingen toegepast tussen de X = 2,53 (Amsterdam, Nesciobrug-zuid) en de X = 32,54 (Nijmegen, Snelbinder-zuid).
Er is geen verband gevonden tussen het hoogteverschil en de beoordeling, dit duidt erop
dat men begrip heeft voor het te overbruggen hoogteverschil.
Wanneer er een plateau toegepast wordt, dient deze wel voldoende lengte te hebben. In
het onderzoek van Van Laarhoven wordt aanbevolen om dit plateau ongeveer 20 meter te
maken. De fietser kan hier in ongeveer 5 seconden weer wat snelheid opbouwen.
Alternatieven voor hellingbanen
Een hellingbaan vraagt veel ruimte, wanneer dit niet past zijn er een aantal alternatieven
mogelijk. Naast de welbekende trap met fietsgoot kan hierbij gedacht worden aan het
plaatsen van een lift of een speciale fietslift zoals deze in de Noorse stad Trondheim
geplaatst is.
Het toepassen van roltrappen wordt door het Nederlandse Liftinstituut afgeraden op
fietsroutes. Een roltrap is niet gemaakt voor het vervoeren van vervoersmiddelen.
Alternatief hiervoor is een hellend rolpad. Dit zijn vlakke rolbanden die een
hellingspercentage tussen de 10 en 12% hebben.
Overeenkomsten met mindervaliden hellingen
De hellingbanen voor mindervaliden zijn dusdanig anders van vormgeving dat deze niet
geschikt zijn voor het gebruik als fietshelling. Het hellingspercentage voor een
mindervalide helling ligt op 4%. Ook moet er om het halve meter hoogteverschil een
plateau aangelegd worden waardoor het comfort voor fietsers sterk afneemt.

 

Artikel
Ir. A. J. M. van Laarhoven , Verkeerskunde, nr. 12
2009
Dit artikel vormt defollow-upvan een enkele jaren geleden gepubliceerd onderzoek aan de TH-Delft (Van Laarhoven en Ploeger, 1980).  
Artikel
Christian ter Braack, student Hogeschool Windesheim en Otto van Boggelen, Fietsberaad , Fietsverkeer 21
2009
Wat maakt een brug fietsvriendelijk? Christan ter Braack, stagiair bij Goudappel Coffeng, zette de verschillende aanbevelingen op een rijtje. Vervolgens trok hij het land in om te bekijken of de aanbevelingen ook zijn toegepast. En om de fietsers naar hun oordeel te vragen.
Bestand
2009
Met deze spreadsheet kan berekend worden welke hellingspercentages toegepast moeten worden. De sheet is echter nog niet gereed. Zie samenvatting.
Artikel
Christian ter Braack, student Hogeschool Windesheim en Otto van Boggelen, Fietsberaad , Fietsverkeer 21
2009
City planners have discovered the bicycle bridge. In recent years a number of striking bicycle bridges were opened in different places around Holland. But what makes a bicycle bridge bike-friendly? Christian ter Braack, an intern at Goudappel Coffeng, gathered the criteria in a list and then set out to see if they were being followed, along the way asking cyclists what they thought.

Er zijn nog geen reacties geplaatst

Reactie plaatsen

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie plaatsen. Vul a.u.b. uw e-mailadres in om uw registratie te controleren

E-mail: