Kenniscentrum voor fietsbeleid

Alternatieven voor nog meer stallingen bij station

19-12-2012

De oplossing voor de uitpuilende stationsstallingen hoeft niet alleen gezocht te worden in het bouwen van nog meer stallingsvoorzieningen. Het verleggen van de stallingsdruk naar een andere station kan soms ook een optie zijn.

plaatje

Tenminste in Delft, waar twee stations liggen, beide op circa 2 kilometer van de universiteitscampus. In het stadscentrum ligt een intercitystation met een bewaakte stalling voor 1463 fietsen en diverse onbewaakte stallingen voor in totaal 5496 fietsen. In de komende jaren wordt het spoorzonegebied heringericht, waarbij de huidige fietsparkeercapaciteit zal worden vergroot tot 5000 in een stalling onder het station. Verwacht wordt dat dit onvoldoende is en er nog enkele duizenden plekken buiten gerealiseerd dienen te worden. Het stoptreinstation Delft Zuid heeft een fietsparkeercapaciteit van circa 1400 plekken, grenst aan een buitenwijk en een bedrijventerrein en is op eveneens op 1½ tot 2½ kilometer van de campus gelegen; de campus ligt tussen de twee stations in.
Kees Maat en Erik Louw van de Technische Universiteit Delft vroegen aan ruim 1000 fietsers wat hun beweegt voor het een danwel het andere station te kiezen.
Een paar factoren blijken de doorslag te geven. In de eerste plaats de fietsafstand, in de tweede plaats de mogelijkheden die het station. Delft Centrum is een intercity station en dus direct te bereiken vanuit heel veel andere intercitystations. Ten derde blijkt de aanwezigheid van een bewaakte stalling Station Delft drie keer zo aantrekkelijk te maken als Delft Zuid. Ten slotte neemt een deel van de fietsers altijd de fiets, anderen wisselen deze af met bus of tram. De reizigers op Station Centrum blijken dit tweemaal zoveel te doen: er is dus een zekere behoefte bij een deel van de reizigers om niet geheel van de fiets afhankelijk te zijn, bijvoorbeeld bij regen. Persoonskenmerken, zoals geslacht en inkomen zijn niet van invloed op de keuze voor een station, evenmin als het onderscheid tussen student en werkende.
Door in te spelen op deze factoren, is mogelijk een verschuiving van de parkeerdruk te realiseren van Station Delft naar Delft Zuid, zo opperen de onderzoekers.
De fietsafstand naar het station kan natuurlijk nauwelijks gereduceerd worden, maar wellicht kan de fietstijd en het fietsgemak bekort worden met vrijliggende fietspaden zonder al te veel hinder van verkeerslichten. Ook verbetering van de positie in het spoorwegnet zou kunnen helpen, zoals hoogfrequente treinen vanaf Rotterdam en
Den Haag. Een bewaakte stalling geeft meer controle over de fietsen (zoals vermijden van weesfietsen). Het lijkt dat vooral de prijs een hindernis is; wellicht zou gekozen kunnen worden voor een laag tarief in het weekend. De tram zal ook iets fietsverkeer wegnemen, vooral met slecht weer.

Willem Kroon (Rijkswaterstaat)
19-12-2012 @ 07:30

Dus een station die meer fietsen moet krijgen dient goede faciliteiten te hebben. Directe aansluitingen op het openbaar vervoer (trein, bus, metro, tram). Bewaking van de fietsen tegen diefstal. Makkelijk je fiets vast kunt zetten aan de stalling zelf. Droge plaats om te kunnen stallen. Ee stalling met altijd veel vrije plaatsen. Rondom deze stalling fietswegen die en kort, snel, veilig, veilig zijn. Ook is het gewenst een plek waar je je even kan omkleden bij regen (je natte kleding kan drogen). Ook een fietsservice punt voor kleine zaken als een fietspomp voor je banden, reparatie mogelijkheid, batterij lader voor de fietsverlichting, kluisjes, etc. maken het fietsen nog aantrekkelijker. 

07-01-2013 @ 12:20

In mijn studententijd, zo'n 10 jaar geleden, heb ik station Delft Zuid veelvuldig gebruikt . Wat mij toen opviel was het ontbreken van stallingsvoorzieningen op de juiste plek (het viaduct is daar het meest geliefd omdat beide perrons erop aansluiten; het  stallen naast één van de perrons betekent dat je heen of terug extra op en neer moet om je fiets op te halen). Qua fietsinfra in de wijk ligt Delft Zuid nu al optimaal, precies langs één van de hoofdfietsroutes die in de gloriedagen van het Delftse fietspadenplan is aangelegd.
Grootste nadeel van Delft Zuid is echter dat het station niet direct tussen de bebouwing ligt, dus in de avonduren ontbreekt sociale controle, zowel op de perrons als bij de plekken waar fietsen gestald worden.

07-01-2013 @ 17:25

Vergeet ook niet te kijken naar autoparkeerplaasten in de buurt. De bezetteingsgraad is er vaak laag genoeg en de ruimte goed aanpasbaar voor fietsen.

Thijs de Jong (lid RvTA I-ce)
07-01-2013 @ 23:04

Het ontbreken van sociale controle en het relatief "unheimische" karakter van de omgeving van Delft-Zuid is een groot probleem.  Maar in de geest van de complexe oplossingen die gezocht zijn i.s.m. de treintunnel is het de moeite waard te bezien of ter plaatse van Delft-Zuid een vergelijkbare geheel nieuwe stedenbouwkundige oplossing denkbaar is i.s.m. het reeds lang beoogde ondergronds brengen van de hoogspanningsleiding langs de Kruithuisweg.  Er zou, aan de zuidzijde van deze provinciale weg woonbebouwing (m.n. voor studenten?) gebouwd kunnen worden over het spoor heen.  Dit kan gecombineerd worden met een groot fietsdek (eveneens over het spoor heen) en met liften tussen het maaiveldniveau en het niveau van de Kruithuisweg.  Een apart probleem daarbij is overigens dat de bestaande fietsroute langs de Kruithuisweg aan de noordzijde van die weg ligt.  M.i. een interessante opgave voor een stedenbouwkundige studie op een op zich heel aantrekkelijk punt waar het verhogen van de sociale veiligheid en het bieden van woonruimte voor studenten belangrijke nevendoelen zijn.

Thijs de Jong (vml. dir. Stadsontwikkeling Delft en destijds mede-verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van het eerste integrale fietsrouteplan)

Evert Bouws (Fietsersbond)
08-01-2013 @ 00:31

Ook in Utrecht kennen we dit probleem. Daar komt dan nog bij, dat - in tegenstelling tot Delft-Zuid - de meeste nevenstations in Utrecht (incl. Bilthoven, Bunnik en Driebergen-Zeist)  niet gunstig gelegen zijn t.o.v. met name de Uithof, waar veel studenten moeten zijn. Een factor die in de samenvatting wel genoemd wordt, maar nogal eens wordt genegeerd door de beleidsmakers, is het feit, dat het weinig aantrekkelijk is en meestal erg onpraktisch om een ander station te nemen dan het intercity-station ter plaatse. Door het extra overstappen en een meestal beperkte frequentie kost dit te veel extra tijd en moeite. Dat blijkt bijvoorbeeld al uit het maar zeer sporadische gebruik van spitsbussen tussen een station als Bilthoven en de Uithof. En daar dromen sommige bestuurders zelfs van een hoogwaardig openbaar vervoer op die lijn!

Reactie plaatsen

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie plaatsen. Vul a.u.b. uw e-mailadres in om uw registratie te controleren

E-mail: