Het Mulier Instituut heeft voor dit onderzoek een vragenlijst uitgezet onder 2.800 Nederlanders die lid zijn van het Mobiliteitspanel Nederland van het KiM. Zij kregen vragen over hun reisgedrag naar sport- en beweegvoorzieningen en welke reistijd naar deze voorzieningen zij acceptabel vinden.
Bereikbaarheid
Uit de resultaten bleek dat driekwart van de Nederlanders het relevant vindt om tenminste één sport- of beweegvoorziening te kunnen bereiken, voor zichzelf of voor een gezinslid. Mensen die een voorziening vaak bezoeken vinden de bereikbaarheid daarvan relevanter dan mensen die er minder vaak komen. De bereikbaarheid van natuur- en recreatiegebieden vinden Nederlanders het meest relevant.
Meestal lopend of fietsend
De meeste Nederlanders gaan lopend of fietsend naar sport- en beweegvoorzieningen. Alleen naar zwembaden en natuur- of recreatiegebieden pakken ze vaker de auto. Gevraagd naar met welk vervoermiddel sport- en beweegvoorzieningen in ieder geval bereikbaar moeten kiezen de meesten voor de fiets. Gemiddeld zijn ze bereid om 19 minuten te fietsen naar deze voorzieningen. Voor de auto geldt een vergelijkbare gemiddelde reistijd – maar dus een grotere afstand. Met ov is men bereid een langere reistijd te accepteren. De gemiddelde acceptabele reistijden verschillen sterk per voorziening. Naar natuur- en recreatiegebieden zijn Nederlanders bereid om 23-36 minuten te reizen, naar sport- of speelplekken 11-18 minuten.
Factsheet
Het Mulier Instituut heeft de eerste resultaten van het onderzoek samengevat in een
factsheet. Later volgt nog een uitgebreider rapport.
Bron: Mulier Instituut