Kenniscentrum voor fietsbeleid

Discussienotitie fiets- en kantstroken

Ligtermoet en Partners, CROW-Fietsberaad
2014

Met deze notitie is CROW-Fietsberaad in 2014 een discussie gestart over het gebruik en de vormgeving van fiets- en kantstroken. Vervolgens is een groot evaluatie-onderzoek uitgevoerd. De conclusies zijn verwerkt in de notitie "Aanbevelingen fiets- en kantstroken".

Bestand. Klik om de link te openen (opent in een nieuw venster):

Veel wegbeheerders worstelen met de toepassing van fiets-, kant- en suggestiestroken. Ze willen graag iets doen voor fietsers, maar er is weinig ruimte. Het resultaat is een grote diversiteit aan fietsstroken, brede uitwijkstroken en smalle fietssuggestiestroken. Het is de vraag of weggebruikers het verschil zien tussen al die stroken en weten welk gedrag er van hen verwacht wordt. Met deze notitie wil CROW-Fietsberaad de discussie starten over de toepassing van stroken.

Voorlopige aanbevelingen
Aan de basis van onze aanbevelingen ligt het volgende uitgangspunt: een fietsstrook is altijd breed genoeg voor minimaal twee fietsers naast elkaar. Concreet betekent dat een fietsstrook bij voorkeur 2 tot 2,5 meter breed is. Het absolute minimum is 1,7 meter (uitgaande van minimaal 0,5 meter vrije ruimte aan de rechterzijde van de strook).

In de voorlopige aanbevelingen voor de toepassing van fietsstroken binnen de bebouwde kom maken we onderscheid tussen drie situaties:
a) Gebiedsonsluitingswegen (GOW’s)
b) Grijze wegen en bredere erftoegangswegen (ETW’s)
c) Erftoegangswegen (ETW’s)

a) Fietsstroken op GOW: eigen domein voor fietsers
Bij een GOW met maximumsnelheid van 50 km/uur moeten auto’s en fietsers conform Duurzaam Veilig van elkaar gescheiden worden. Daarvoor is idealiter een vrijliggend fietspad nodig, maar het mag ook met fietsstroken. De fietsstrook moet dan wel een werkelijk eigen domein afbakenen. De rijstroken voor het autoverkeer zijn zo breed, dat auto’s en vrachtauto’s geen gebruik hoeven te maken van de fietsstrook (aanbevolen rijstrookbreedte 2,90 meter). De fietsstrook is breed genoeg om het fietsverkeer (inclusief inhalende fietsers) veilig en comfortabel af te wikkelen (aanbevolen strookbreedte 2 tot 2,50 meter, afhankelijk van de fietsintensiteit).

b) Fietsstroken op Grijze weg of Brede ETW: houd rekening met fietsers
Als er minder ruimte beschikbaar is, is het onvermijdelijk dat er af en toe ruimte gedeeld wordt. Automobilisten moeten soms uitwijken over de fietsstrook vanwege een bus uit de tegenrichting. Of snelle fietsers moeten even gebruik maken van de rijstrook om een bakfiets in te halen. Er is dan geen sprake meer van exclusieve domeinen. En dus ook niet meer van een volwaardige GOW. Dit soort wegen past niet goed in Duurzaam Veilig, maar ze bestaan wel. Om de functie voor fietsverkeer te benadrukken en/of de auto’s niet te veel naar rechts te laten rijden, zijn stroken nog steeds aan te bevelen. Hoewel de functie van de strook anders is, heten ze nog steeds ‘fietsstroken’. De aanbevolen strookbreedte is 2 meter, met een absoluut minimum van 1,7 meter (zie uitgangspunten).

Een asmarkering is bij deze wegen ongewenst. Die zorgt te veel voor de uitstraling van een volwaardige GOW. Bovendien is er te weinig ruimte voor volwaardige rijstroken. Bestuurders van (vracht-)auto’s die de asmarking volgen zullen te weinig afstand aanhouden tot fietsers op de fietsstrook.
Er is in deze situaties dus één ongedeelde rijstrook beschikbaar voor automobilisten in twee richtingen. Wat de breedte van deze rijstrook betreft, moet de ontwerper wat ons betreft een duidelijke keuze maken. De rijstrook is breed genoeg voor één of twee personenauto’s naast elkaar. Rijstrookbreedtes tussen de 3,8 meter en de 4,5 meter mogen in onze visie dus niet voorkomen. Op deze manier laat de wegindeling duidelijk zien wat de bedoeling is als een automobilist een tegenligger tegenkomt. Er zijn twee opties:

Variant B1: de meeste tegenliggers kunnen elkaar (met gematigde snelheid) passeren, zonder gebruik te hoeven maken van de fietsstroken. De aanbevolen rijstrookbreedte is 5,5 meter, met een minimum van 4,5 meter. We beseffen dat dit krap is, maar de passeerafstand tot fietsers willen we vooral waarborgen met de minimummaat voor de fietsstrook van 1,7 meter. De oplossing zal in de praktijk vooral voorkomen op grijze wegen: eigenlijk zou de weg een erftoegangsfunctie moeten hebben, maar vanwege de intensiteiten en de uitstraling, durft men het toch (nog) niet aan. Een ontwerpsnelheid van 40 km/uur is gewenst.
Variant B2: bij een tegenligger moeten automobilisten bewust uitwijken over de fietsstrook, waarbij ze het fietsverkeer niet mogen hinderen. De rijstrookbreedte is maximaal 3,8 meter. Een maximum snelheid van 30 km/uur is gewenst.

c) Wegen smaller dan 5,8 meter: geen fietsstroken; eventueel fietsstraat
Als de beschikbare wegbreedte kleiner is dan 5,8 meter, is er geen ruimte meer voor aparte stroken. Dan kan gekozen worden voor een fietsstraat om de fietsfunctie te benadrukken. Als het geen hoofdfietsroute betreft, is een volledig gemengd profiel toereikend.

We zijn erg benieuwd naar uw reactie en suggesties. Graag nodigen we u uit om te reageren via www.fietsberaad.nl, info@fietsberaad.nl of twitter (#fietsstroken). De reacties verwerken we in een volgende versie.
Daarnaast wil CROW-Fietsberaad verschillende aannames en veronderstellingen die ten grondslag liggen aan deze notitie toetsen in video-observatie-onderzoek. Ook daarvoor zijn suggesties welkom.

Notitie
2014
In dit document behandelen we de reacties die we ontvingen op de discussienotitie fietsstroken. We hebben deze zo veel mogelijk gerubriceerd naar onderwerp. Veel opmerkingen werden door verschillende mensen gemaakt. We kozen één bewoording en hopen dat anderen zich daarin herkennen.
Notitie
CROW-Fietsberaad
2016
Deze notitie geeft een overzicht van de belangrijkste conclusies uit een grootschalig onderzoek naar het gedrag van fietsers en automobilisten op wegen met fietsstroken. De conclusies zijn vertaald naar concrete aanbevelingen voor wegbeheerders.
Rapport
CROW-Fietsberaad , CROW-Fietsberaad
2015
Deze publicatie bevat een uitgebreide evaluatie van de concept-aanbevelingen uit de discussienotitie fiets- en kantstroken, die CROW-Fietsberaad in 2014 heeft gepubliceerd. De conclusies zijn verwerkt in de notitie "Aanbevelingen Fiets- en Kantstroken"
Tom Godefrooij (nvt)
18-02-2014 @ 17:06

Goed om deze kwstie eens systematisch te bekijken. Het begrip 'uitwijkstrook' is onzinnig, zeker als die zo smal moet zijn dat je er niets naar uit kunt wijken.

Je zou kunnen spreken van 'centreer-markering' maar de auteurs merken terecht op dat de weggebruiker geen onderscheid ziet tussen een fietsstrook en een kantmarkering met een andere functie. Blijft de vraag of je bij fietsstroken van 2,50 m niet liever een echt (desnoods aanliggend) fietspad zou willen hebben. De vraag is dan: zijn er situaties denkbaar waar een strook toch de voorkeur heeft, en zo ja, waarom dan?

Roland Haffmans (-)
21-02-2014 @ 12:12

Tom,

De notitie stelt: "Een hoogteverschil raden we in de meeste situaties af, omdat het motorvoertuigen nauwelijks tegenhoudt en wel nadelen heeft voor fietsers"  blz 5

    Voor de vaker befietste andere krappere 50 km wegen hanteert de notitie een minimale strook van 1,7 m ofwel 0,2 m meer dan nu. Voor de GOW 50 km wegen geldt een minimum strookbreedte van 2.2 m (1,7 + 0,5). Gekozen is voor zo'n groot verschil, in de voorbeelden zelfs 0.7 m.

Weinig verbetering voor fietsers juist op deze drukke stadswegen. 

Jan van der Horst (Fietsersbond)
24-02-2014 @ 10:19

Tom G.geeft terecht aan dat fietsstroken van 2,5 m vervangbaar zijn door (eenrichting) fietspaden en dat is in de gemeente Utrecht ook echt gebeurd: Croeselaan, Amsterdamsestraatweg, Nachtegaalstraat. Dat het er in veel gevallen met voldoende ruimte toch niet van komt, merkte ik bijvoorbeeld in Rotterdam Oud Noord: bij omzetting naar fietspaden moet het profiel heringedeeld worden en sneuvelen er bomen en stoepruimtes.  lantaarns moeten worden verplaatst. Of er zit ergens een flessenhals en daarom blijft de hele straat maar zoals die was.

Tom Godefrooij (nvt)
24-02-2014 @ 10:36

Een aanliggend fietspad hoeft niet persé een hoogteverschil met de hoofdrijbaan te hebben. Een scheiding dmv een 'holle band' vind ik een superieure oplossing.

Roland Haffmans (-)
24-02-2014 @ 18:59

De Utrechtse Amsterdamsestraatweg en Nachtegaalstraat zijn drukke winkelstraten met te smalle voet- en fietspaden dus gevaarlijk en hinderlijk voor voetgangers en fietsers. Blijkbaar moeten deze weggebruikers genoegen nemen met de restruimte.    Heel vreemd de Nachtegaalstraat is DE fietsroute naar de Uithof. Om overvolle bussen te ontlasten zou de gemeente die route juist fietsaantrekkelijker kunnen maken.

 

Ria Glas (Fietsersbond)
03-03-2014 @ 21:34

Prima uitgangspunten,ik ben benieuwd naar het video-onderzek.

Voor wegen bubeko wil ik tevens pleiten voor maatregelen tegen stukgereden bermen en de sluipende verbreding. Zodat de volle breedte van de weg ofstrook goed fietsbaar is, en de wegrand niet vol zit met kuilen en steentjes. Een vergrvingsgezinde berm/wegrand voor fietsers.

Op de smalle Lekdijk bij Lopik is dat mijns inziens goed gedaan, zie foto. http://goo.gl/VMHrf5.

Volgens de nieuwe richtlijn is de strook te smal. Doordat auto's niet meer uitwijken via de berm remmen ze wel flink bij tegemoetkomend verkeer. Ook snapt elke chauffeur dat fietsers niet uitwijken tot in de berm - en ze proberen niet meer, zoals vroeger, om je erin te drukken. De situatie is er sterk verbeterd ten opzichte van de oude situatie: gemengde profiel zonder ruggetjes in de berm.

Voor (te) drukke plattelandswegen kan dit helpen om de snelheid bij passeren te verlagen.

De oplossing bij Noorden blijft bij te smalle wegen bubeko echter mijn favoriet: http://goo.gl/0ycviw . Fietspad naast één rijbaan, die voor tweerchtingen dient.Met heel veel passeervakken, dat wel.

Reactie plaatsen

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie plaatsen. Vul a.u.b. uw e-mailadres in om uw registratie te controleren

E-mail: