Platform Veilig fietsen

Nieuwe regels voor de speedpedelec nodig

  • Soort:Nieuws Fietsberaad
  • Datum:19-04-2021
De gebruiker van een speedpedelec mag niet het fietspad op. Maar de meeste rijders zijn daar niet echt gelukkig mee, als ze hun weg moeten zoeken tussen druk autoverkeer. De populariteit van de speedpedelec zorgt echter ook voor hoofdbrekens bij wegbeheerders. Ze bezinnen zich op oplossingen.

  • speedpedelec_l-(1).jpgHet is vooral omdat veel gebruikers van de speedpedelec bij lange na de maximumsnelheid van 45 km/uur niet halen, dat ze zich vaak niet thuis voelen op de rijbaan tussen het veel snellere autoverkeer. Bovendien blijken veel automobilisten de speedpedelecs niet als bromfiets te herkennen, waardoor zij denken dat deze niet op de rijbaan mogen rijden. Daarom kiezen gebruikers van de speedpedelec er in veel gevallen voor om toch het fietspad te gebruiken. En soms laat de politie dat ook oogluikend toe. Andere gemeenten maken lokaal uitzonderingen door met onderborden de speedpedelec toch op het fietspad toe te laten.

    Maar structurele, landelijke afspraken en regelgeving over de speedpedelec zou aan die onduidelijkheid een eind kunnen maken. DTV Consultants heeft in opdracht van de Tour de Force geïnventariseerd wat er zoal speelt op dit gebied en welke voor- en nadelen er kleven aan meer generieke oplossingen. Men ging te rade bij speedpedelec-rijders, belangenorganisaties, wegbeheerders en politie. Daar kwamen een aantal mogelijke oplossingen uit voort, die echter vaak niet zo eenvoudig zijn te implementeren.
     
    Neem bijvoorbeeld het onderbord waarmee speedpedelecs worden toegestaan op bepaalde fietspaden en dat al her en der wordt toegepast. Dat is niet geschikt om de door gebruikers gewenste keuzevrijheid overal te organiseren, aldus concludeert DTV Consultants. Het op grote schaal plaatsen van onderborden zou bovendien relatief duur zijn. Boven heb je daarmee de maximumsnelheid van speedpedelecs op het fietspad niet aan een maximum gebonden, zoals vaak wordt geopperd.
     
    Is een persoonlijke ontheffing voor het mogen gebruiken van het fietspad, zoals Rotterdam op dit ogenblik kent, een oplossing? Dat is het in principe, maar ook hier is weer het bezwaar dat je daarmee geen universele landelijk oplossing bewerkstelligt. Je kunt het eventueel op provinciaal niveau proberen te regelen, maar dan moet je wel alle gemeenten zien mee te krijgen.
     
    Rond Schiphol wordt door GoinGDutch getest of de snelheid van speedpedelecs op specifieke locaties kan worden beperkt door de trapondersteuning gedeeltelijk weg te laten vallen. Geofencing heet dat. Maar het is maar de vraag of je daarvoor de handen op elkaar krijgt. Het ligt niet zo voor de hand dat dit wel op speedpedelecs wordt toegepast en niet op andere gemotoriseerde voertuigen. Bovendien moet het systeem zich nog technisch bewijzen.
     
    Het wettelijk toestaan van speedpedelecs op het fietspad en het vastleggen van een maximumsnelheid voor speedpedelecs op het fietspad krijgt de meeste bijval van wegbeheerders, belangengroepen en speedpedelec-gebruikers. Om dit mogelijk te maken moet de speedpedelec als aparte categorie worden geregeld in de wet. Dan kan in het RVV worden opgenomen dat gebruikers kunnen kiezen voor de rijbaan (bijvoorbeeld als ze hard willen rijden), of voor het fietspad (maar dan met gepaste snelheid).
    Meest voor de hand liggende maximumsnelheid is 25 km/uur (hetzelfde als een snorfiets of een gewone elektrische fiets) óf – en dat lijkt wat beter aan te sluiten bij de praktijk - 30 km/uur (dat is de maximumsnelheid voor speedpedelecs op een fiets/bromfietspad binnen de bebouwde kom).
     
    Maar de opstellers van het rapport zien dat echter niet zo snel gebeuren. Het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat werkt aan een Nationaal toelatingskader voor lichte elektrische voertuigen (LEVs). Verder ligt er een Twee Kamer motie om de snelheid in de bebouwde kom terug te brengen tot 30 km/uur, hetgeen de snelheidsverschillen tussen auto’s en speedpedelecs kan terugdringen. Dat zal allemaal de nodige tijd vergen.
     
    Conclusie:  voorlopig kan waarschijnlijk beter worden ingezet op het goed regelen van het systeem met persoonlijke provinciale ontheffingen, cq. het toepassen van de methode met de onderborden.
     

Relevantie

Scroll naar boven