Elektrische fietsen en verkeersveiligheid: Een verkennend onderzoek door middel van literatuur, deskundigen en gebruikers

  • Soort:Onderzoeksrapport
  • Auteur:Gerwin Lenten en Ben Stockmann
  • Uitgever:ROVO/Hogeschool Windesheim
  • Datum:15-06-2010

&Afstudeeronderzoek met een eerste Nederlandse bestudering van de verkeersveiligheid van de elektrische fiets.


 

Klik op de knop om de link te openen (opent in een nieuw venster)

downloaden
  •  Deze scriptie bevat een onderzoek naar de verkeersveiligheid van de elektrische fiets. De elektrische fiets is in principe hetzelfde als een gewone fiets, alleen de elektrische fiets is uitgerust met een elektrische hulpmotor. Deze hulpmotor ondersteunt de fietser bij het trappen tot een snelheid van ongeveer 25 km/u. De populariteit van de elektrische fiets is in de afgelopen jaren flink toegenomen. Op dit moment is circa één op de tien verkochte fietsen een elektrische. Het Regionaal Orgaan voor de Verkeersveiligheid in Overijssel (ROVO), waar dit onderzoek is uitgevoerd, heeft in hun doelgroepenanalyses gesteld dat de snelle opkomst van de elektrische fiets een bijzonder aandachtspunt is, mede doordat de politie heeft aangegeven de indruk te hebben dat er meer ongevallen gebeuren met elektrische fietsen. Door de hogere snelheid van de elektrische fiets kan de verkeersveiligheid in het geding komen voor zowel de berijder als de andere erkeersdeelnemers. Verder wordt er in een onderzoeksrapport van TNO gesteld dat er door de hogere snelheden die relatief eenvoudig op de elektrische fiets behaald kunnen worden, er te verwachten is dat er meer ongevallen plaats zullen vinden. Het doel van dit onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de verkeersveiligheid van de elektrische fiets. Er is voor een brede doelstelling gekozen, aangezien de verkeersveiligheid van de elektrische fiets een onontgonnen gebied is. Objectieve veiligheid bijvoorbeeld is vooralsnog lastig te meten. Er wordt namelijk in de ongevallenregistratie geen onderscheid gemaakt in gewone fietsen en elektrische fietsen; daardoor zijn er geen ongevallencijfers bekend over de elektrische fiets. Het onderzoek bestaat uit een literatuurstudie, interviews met deskundigen en focusgroepen met elektrische-fietsgebruikers. Uit de verkregen informatie zijn conclusies getrokken, waarop aanbevelingen volgen.

    ⎯ Literatuurstudie
    In de literatuurstudie is eerst dieper ingegaan op de verkeersveiligheid van de gewone fiets. Het blijkt dat met name 75-plussers veel risico lopen op de gewone fiets. Hoewel het lijkt dat 75-plussers meer betrokken zijn bij fietsongevallen dan andere leeftijdscategorieën, hoeft dit niet altijd het geval te zijn. Doordat ouderen vaak fysiek kwetsbaarder zijn, lopen ze meer risico op letsel bij ongeval. Ongevallen met letsel worden sneller geregistreerd, waardoor de ouderen vaker terugkomen in de ongevallenstatistieken. Wat betreft de verkeersveiligheid van de elektrische fiets, blijkt dat het ongevalsrisico voor de elektrische fiets iets hoger ligt dan die van de gewone fiets, dit komt omdat er relatief eenvoudig hogere snelheden behaald kunnen worden. Maar wanneer het ongevalsrisico wordt vergeleken met die van de snorfiets of de bromfiets, is het verschil marginaal. In Canada heeft er een proef plaatsgevonden naar het gebruik van de elektrische fiets. De uitkomsten van deze proef geven een indicatie weer, dat een gemiddelde gebruiker geen verschil merkt tussen een elektrische fiets en een gewone fiets. Tot slot droeg een groot deel van de proefpersonen een helm. In Canada is een fiets wel minder vanzelfsprekend dan in Nederland, waardoor het helmgebruik waarschijnlijk hoger ligt.

    ⎯ Interviews met deskundigen
    De deskundigen zijn het er over eens dat de elektrische fiets in principe minder gunstig is voor de verkeersveiligheid, vooral door de hogere snelheden die relatief eenvoudig bereikt kunnen worden. Dit heeft vooral betrekking op de ouderen. Het risico voor ouderen ligt bij het gewone fietsen al hoger, omdat naar mate men ouder wordt, de fysieke gesteldheid en het reactievermogen afneemt. Op elektrische fietsen zullen deze aspecten nog meer meespelen, want door de hogere snelheden hebben ouderen nog minder tijd om te anticiperen op verkeerssituaties. Wel zijn deskundigen er over eens, dat de elektrische fiets veel waarde heeft voor de mobiliteit van de ouderen. Dat is dan ook een reden om mensen op tijd te laten overstappen van de gewone naar de elektrische fiets. De elektrische fiets kan de jongere leeftijdscategorieën stimuleren om meer gebruik te maken van de fiets dan voor de auto, met name in het woonwerkverkeer.
    Al verwacht men minder problemen bij de jongeren, omdat ze het over het algemeen fysiek en mentaal in orde zijn. Verder is het aannemelijk dat door de grotere snelheidsverschillen op fietspaden knelpunten kunnen ontstaan, met betrekking tot het inhalen, bredere fietspaden zijn in de toekomst wellicht vereist. Fietssnelwegen of directe fietsroutes zijn meer gewenst vanuit het gemak en aantrekkelijkheid van de elektrische fiets. Verschillende deskundigen hebben aangegeven dat de overheid grip moet blijven houden op de opvoerbaarheid van de elektrische fiets, zodat de elektrische fiets niet de snorfiets achterna gaat wat betreft het opvoeren ervan. Een helmplicht is bij een aantal deskundigen ter sprake gekomen. Eén daarvan is op zich niet tegen een helmplicht, maar gezien de nadelen daarvan (bijvoorbeeld vermindering fietsgebruik) is het stimuleren van het helmgebruik naar zijn idee voldoende.

    ⎯ Focusgroepen elektrische-fietsgebruikers
    De indruk die ontstaan is bij de gesproken elektrische-fietsgebruikers die deel hebben genomen aan de focusgroepen (18 deelnemers in totaal), is dat zij weinig verschil merken met de gewone fiets. Dit doordat ze de elektrische fiets zien als een gewone fiets, alleen dan met trapondersteuning. Op lagere snelheid is het extra gewicht van de elektrische fiets merkbaarder voor de ouderen, maar dat wordt meer als lastig ervaren dan als gevaarlijk. Verder geven de ouderen aan, dat ze het idee hebben dat hun snelheid op de elektrische fiets onderschat wordt door automobilisten, maar tot gevaarlijke situaties heeft dit niet geleid. Jongeren ervaren geen verschil in de interactie met andere weggebruikers. Twee deelnemers hebben aangegeven dat ze soms te snel fietsen om het verkeer goed te kunnen overzien. Ze minderen geen snelheid bij kruispunten, hoogstens stoppen ze even met trappen. Ze behouden liever hun constante snelheid en geven aan extra op te letten. Eén van de twee bovengenoemde deelnemers geeft aan meer risico te nemen bij het oversteken van wegen, door vlakker voor auto’s langs te gaan. In haar ogen kan dat wel, terwijl ze aangeeft dat de automobilisten daar niet altijd zo over denken (door te claxonneren). Verder voelen alle deelnemers zich even veilig op de elektrische fiets als op de gewone fiets. Met als reden dat ze de elektrische fiets zien als een gewone fiets, alleen dan uitgerust met een ondersteuningsmotor. Het verkeersgedrag is ook niet veranderd, met uitzondering van bovengenoemde twee deelnemers.

    ⎯ Conclusies
    Het blijkt dat de elektrische fiets een groter ongevalsrisico heeft dan de gewone fiets, echter is het verschil marginaal als het vergeleken wordt met de ongevalsrisicocijfers van de snor- en bromfiets. De deskundigen gaan er ook vanuit dat de elektrische fietsen iets onveiliger zijn dan gewone fietsen, aangezien de berijders relatief eenvoudige hoge snelheden kunnen bereiken. Het verwachtingspatroon is, dat de elektrische fiets voor jongeren geen extra verkeersveiligheidsproblemen geeft. Die hebben in vergelijking met ouderen over het algemeen een goed reactievermogen en een goede fysieke conditie. Bij ouderen daarentegen, worden er meer problemen verwacht. Naarmate men ouder wordt neemt het reactievermogen en de fysieke conditie af, met als gevolg dat het minder gunstig uitpakt met de hogere snelheden op de elektrische fiets. Met het oog op de toenemende vergrijzing én de opkomst van de elektrische fiets, is er extra aandacht nodig voor ouderen op de elektrische fiets. Verder hebben ook medeweggebruikers minder tijd om te reageren op de snelle elektrische-fietsgebruikers.
    Wat opvalt, is dat de elektrische-fietsgebruikers, die deel hebben genomen aan de focusgroepen, vrijwel geen verschil merken tussen een gewone fiets en een elektrische fiets. Los van het feit dat er ondersteuning plaats vindt bij het trappen. Daarbij voelt de meerderheid van de elektrische-fietsgebruikers zich net zo veilig op de elektrische fiets als op de gewone fiets. De ouderen geven daarbij wel aan dat ze het idee hebben dat het overige verkeer hun snelheid minder goed inschat, maar tot daadwerkelijke gevaarlijke situaties heeft dit nog niet geleid. Verder vinden de elektrische-fietsgebruikers, dat ze de fiets goed onder controle hebben, alleen bij lage snelheden is het extra gewicht van de fiets goed te merken. Op enkele gebruikers na, veranderen elektrische-fietsgebruikers hun verkeersgedrag niet. Wel fietsen ze allemaal sneller dan dat ze voorheen deden op de gewone fiets. Door de hogere snelheden die bereikt kunnen worden op de elektrische fiets, is het snelheidsverschil op fietspaden groter tussen gewone fietsers en elektrischefietsgebruikers. Hierdoor zullen er meer inhaalacties plaatsvinden, dat vooral op tweerichtings-fietspaden kan leiden tot gevaarlijke situaties.
    Tevens is er een aantal discussiepunten naar voren gekomen tijdens het onderzoek. Ten eerste de maximale ondersteunde snelheid van de elektrische fiets, vervolgens de geruisloosheid van de elektrische fiets en de helmplicht.

Relevantie

Terug naar 'Kennisbank'
Submenu openen

Elektrische fietsen en verkeersveiligheid: Een verkennend onderzoek door middel van literatuur, desk

Scroll naar boven