Belangrijkste onderwerpen in deze editie
(klik op de titels voor een directe verwijzing naar het onderwerp uit het magazine)
Naast Nederland is Denemarken het ‘andere' fietsland van Europa. En binnen Denemarken worden altijd vooral Kopenhagen en Odense genoemd als dé fietssteden van het noorden. Voorjaar 2009 werd vanuit CROW-Fietsberaad Kopenhagen weer bezocht voor een verkenning van de stad. Maar er waren vooral ook intensieve gesprekken met lokale ambtenaren. Een impressie.
Het lijkt erop dat iedereen fietst en vaak fietst in Kopenhagen. De aantallen fietsers die continu zichtbaar zijn op de drukste routes, zijn onvoorstelbaar. Op de drukste routes meer dan 30.000 fietsers per dag. Toch zijn er geen bijzondere infrastructurele voorzieningen en de variëteit in fietsvoorzieningen langs die drukke hoofdwegen is uitermate beperkt. De commmunicatie speelt zich af op een bescheiden schaal. Men poogt wel fietsgebruik nadrukkelijk aan lifestyle te koppelen. En er is sprake van een sterke politieke drive achter het lokale fietsbeleid.
Gratis de fiets stallen in een fraaie fietsenkelder, zodat niemand meer geneigd is zijn fiets aan een lantarenpaal voor het station vast te leggen. Dat is het ideaalbeeld van NS Fiets. En van veel gemeenten. Maar gratis kost ook geld en de vraag is: wie gaat dat betalen? Vaak moet de gemeente er voor opdraaien.
ProRail in hoog tempo nieuwe voorzieningen, grotendeels gefinancierd door het Ministerie van V&W vanuit het programma 'Ruimte voor de Fiets' of in het kader van de nieuwbouw van stations. Dat laatste speelt onder andere bij de zogenaamde sleutelprojecten rond HSL-locaties, zoals Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Breda en Arnhem. Dan volgt vaak de discussie over de exploitatievorm. Een betaalde stalling schrikt ook fietsers af. Een gratis stalling loopt makkelijk vol en het voorplein blijft vrij van fietsen. NS Fiets is voorstander van het concept waarbij de eerste twee dagen gratis zijn, en dat daarna moet worden betaald.
Dynamische fietspadverlichting spreekt tot de verbeelding. Vooral als het licht dankzij aanwezigheidsdetectie met de fietser meereist. Maar het is zeker niet de enige manier om op de lichtrekening te bezuinigen of lichthinder te beperken. LED-verlichting en 'groene verlichting' bieden ook een alternatief voor de veel gebruikte fluorescentielampen. Een overzicht van acuele ontwikkelingen op dit terrein.
Met name met dynamische verlichting die 'meereist' met de fietser wordt volop geëxperimenteerd. Daarbij is een onderscheid te maken tussen half- en volautomatisch dimmen. Bij halfautomatisch dimmen regelt een tijdklok het begin- en eindstip van het dimmen. Afhankelijk van de aanwezige bekabeling kan dat vanuit een centrale gebeuren, of individueel per lantarenpaal. Het kan ook volautomatisch op basis van verkeersintensiteiten. Beide varianten komen voor. De extra kosten laten zich bij kleinere projecten niet zomaar terugverdienen. Maar sociale veiligheid is vaak het hoofddoel, energiebesparing komt op de tweede plaats. Al of niet in combinatie met dimmen, worden ook op veel plaatsen LED-lampen beproefd. De meningen daarover zijn nog verdeeld. Energiebesparing ligt in de lijn der verwachting, maar is nog lastig hard te maken. En bewoners zijn enigszins sceptisch over het felle witte licht.
Verder wordt ook geëxperimenteerd met groen licht, onder meer toegepast als proef op enkele fietspaden in de provincie Utrecht en Amsterdam.
De fiets in een achterstandswijk heeft meer nodig dan een nette fietsroute, zo blijkt uit de inzendingen voor de ideeënprijsvraag 'De fietsvriendelijke wijk' van de Fietsersbond. Maak een ontwerp voor een van de veertig aandachtswijken waarin de fiets het meest logische vervoermiddel is. Dat was kort gezegd de opdracht van de ideeënprijsvraag. Een overzicht van de prijswinnaars.
Vakwereld
- De eerste prijs in de vakwereld ging naar Posad, een jong stedenbouwkundig ontwerpbureau uit Den Haag. Zij maakten een ontwerp voor de Rotterdamse wijk Pendrecht. Ze bedachten onder meer de Brik, een kleine fietsenstalling voor 20 à 30 fietsen die bijvoorbeeld gecombineerd wordt met een groentewinkel of een kiosk.
- In de inzending die de tweede prijs in de vakwereld kreeg - Bike to skool - staat fietseducatie centraal. Deze inzending voor de Dordtse wijk Wielwijk-Crabbehof, van de gemeente Dordrecht samen met Lola Landscape Architects, zet er op in dat ieder kind leert fietsen.
Studenten
- De eerste prijs bij de studenten ging naar Dwalen door Den Haag, een ontwerp dat eigenlijk meer een methode is. Vier studenten bouwkunst van de Hogeschool voor de kunsten in Arnhem stapten in de Schilderswijk op de fiets en brachten in kaart wat de voor fietsers prettige plekken zijn om zich te bewegen.
- In het ontwerp Velocity waarmee Anne-Sietske Verburg en Rens Wijnakker, studenten landschapsarchitectuur van de Wageningen universiteit, de tweede prijs behaalden, is er veel aandacht voor sociale veiligheid.
De Spoedeisende Hulp (SEH)-afdelingen van ziekenhuizen behandelen jaarlijks circa 46.000 slachtoffers na een zogenaamd ‘enkelvoudig fietsongeval&'. Ondanks de grote aantallen slachtoffers is er weinig kennis over enkelvoudige fietsongevallen, ongevallen waarbij alleen een fietser betrokken is. Consument en Veiligheid beschikt dankzij het Letsel Informatie Systeem (LIS) over informatie van slachtoffers die op SEH-afdelingen zijn behandeld.
Er zijn vele manieren waarop fietsers ten val komen of tegen een obstakel botsen. Zowel gedragsfactoren als factoren die te maken hebben met infrastructuur of de fiets zelf kunnen een rol spelen. In willekeurige volgorde een overzicht van mechanismen en scenario’s die zijn gevonden in het onderzoek:
- Fietsers maken een onhandige beweging, bijvoorbeeld een stuurfout bij een uitwijkmanoeuvre. Botsen tegen een stoep(rand) of in de berm raken en vallen bij het op- of afstappen worden vaak toegeschreven aan een onhandige beweging.
- Fietsers raken uit balans en vallen of raken sterk uit koers doordat een voet van de trapper glijdt, doordat ze door kuilen, over hobbels of een voorwerp op de weg rijden, enzovoorts.
- Fietsers glijden uit door grind, zand, modder en ijzel. Een wiel kan tussen de tramrails glijden zodat de fiets onbestuurbaar wordt. Ook de randen van metalen rijplaten en betonplaten met een metalen rand kunnen bij nat weer problemen veroorzaken.
- Fietsers botsen tegen een paaltje of wegversmalling, bijvoorbeeld terwijl ze naar iets naast de weg of ander verkeer kijken of doordat ze achter een andere fietser rijden en het obstakel te laat zien. Ook botsingen tegen trottoirbanden, geparkeerde auto’s en autoportieren komen voor. Botsingen tegen een boom, struik of lantarenpaal gebeuren wanneer een fietser van de weg afraakt.
- Hoewel botsingen met andere verkeersdeelnemers buiten de scope van dit onderzoek vielen, spelen andere verkeersdeelnemers soms toch een rol. Zo komt het voor dat de fietser moet uitwijken en daardoor tegen een trottoirband botst of uitglijdt.
- In mindere mate spelen gebreken aan de fiets een rol: door een defect aan de fiets komen bestuurders te vallen of botsen. Het gaat dan vooral om onderdelen van de fiets die stuk gaan en remmen die blokkeren.
- De rol van afleiding door mobiele telefoons en MP3-spelers is niet groot. Het komt wel regelmatig voor dat fietsers vallen terwijl ze praten met een medefietser of achterom kijken. Het eerste kan komen door een onvoldoende breed fietspad, het laatste door balansproblemen bij achterom kijken, enzovoorts.
- Passagiers, los achterop of in een fietszitje, zijn afgeleid of schrikken en komen daardoor met hun voet tussen de spaken.
Tips om enkelvoudige ongevallen te voorkomen zijn:
- Kies voor vlakke en duurzame verhardingen, bijvoorbeeld goed gefundeerd asfalt of cementbetonverhardingen.
- Voorzie fietsvoorzieningen altijd van een draagkrachtige berm van 30 tot 40 centimeter met een minimaal hoogteverschil tussen de berm en de verharding (hooguit enkele centimeters) en een obstakelvrije zone van circa 1 meter.
- Pas afsluitpaaltjes alleen toe als veel misbruik door zwaardere motorvoertuigen te verwachten is en maak ze opvallend. De meeste paaltjes zoals die anno 2009 worden geplaatst zijn onvoldoende opvallend voor ouderen, slechtzienden en sommige fietsers die ter plaatse onbekend zijn. Inleidende markeringen zijn zeldzaam.
- Geef fietspaden en fietsstroken minimaal de breedte zoals die wordt geadviseerd in de Ontwerpwijzer Fietsverkeer.
- Investeer in onderhoud en preventieve gladheidsbestrijding op het fietsnetwerk (ook de wegen in het fietsnetwerk).