Verbetering van fietsverlichting. Verkenning van beleidsmogelijkheden.

  • Soort:Onderzoeksrapport
  • Datum:19-04-2013
Bedoeld om de beleidsopties van verlichting in de praktijk te verbeteren.

 

Klik op de knop om de link te openen (opent in een nieuw venster)

downloaden
  • Doel van de studie is het verschaffenvan inzicht in de beleidsopties om verlichtingvan fietsen in de praktijk te verbeteren. Hiervoor is de theorie bestudeerd, hebben twee focusgroepen plaatsgevonden en zijn gesprekken gevoerd met marktpartijen en belangengroepen.

    Doel van de studie is het verschaffenvan inzicht in de beleidsopties om verlichtingvan fietsen in de praktijk te verbeteren. Hiervoor is de theorie bestudeerd, hebben twee focusgroepen plaatsgevonden en zijn gesprekken gevoerd met marktpartijen en belangengroepen.
    Uit het onderzoek wordt duidelijk dat naast passief gezien worden er ook een aparte rol bestaat voor verlichting in het zelf actief zien van fietsers. Actief zien is van belang voor het veilig kunnen deelnemen aan het verkeer en het tijdig kunnen reageren op gevaar. Het is wenselijk hierbij een onderscheid te maken in gebruikersgroepen in verband met hun kenmerkende eigenschappen, behoeften, ervaring en beperkingen.

    Voor jeugdige fietsers is gezien worden van groot belang. De robuustheid van de verlichting en het gevaarbesef spelen in deze groep een belangrijke rol. Uit het feit dat een zeer groot aandeel van de middelbare scholieren zonder verlichting fietst kan men afleiden dat de huidige fietsverlichting niet robuust genoeg is om te blijven werken, gegeven het gebruik dat onder middelbare scholieren ‘normaal’ is.
    De groep 20 tot 55 jarigen laat grote verschillen in het gebruik van de fiets zien. Er
    zijn ook grote variaties in koopkracht.


    Bij de oudere fietser ligt vooral ook nadruk op zelf zien. Verlichting kan beperkingen en kwetsbaarheden van ouderen gedeeltelijk opvangen. Beter zicht kan de reactie tijd verkleinen en onzekerheid verminderen. De beperkingen van ouderen gelden ook voor de oudere automobilist die in het donker rijdt en tijdig fietsers moet waarnemen. Naarmate er meer oudere automobilisten in schemer en donker op de weg zijn, nemen de risico’s voor fietsers om niet gezien te worden toe.

    De Dienst Verkeer en Scheepvaart heeft de afgelopen jaren in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu het gebruik van fietsverlichting gemonitord in een aantal steden. Het gebruik van fietsverlichting is in deze studie gerelateerd aan het aandeel geregistreerde fietsongevallen met motorvoertuigen bij duisternis.
    Daarbij is ook rekening gehouden met het fietsgebruik bij duisternis. Uit de resultaten van de analyses blijkt dat het risico voor fietsers om bij duisternis slachtoffer te worden van een ongeval met circa 17% afneemt met een werkende voor- en achterverlichting.

    Het effect van lichtvoering is significant, maar heeft alleen betrekking op fiets-motorvoertuigongevallen en niet op fiets-fietsongevallen en enkelvoudige ongevallen. Ook, is er geen rekening gehouden met de kwaliteit van de fietsverlichting (resultaten hebben dus betrekking op fietsverlichting zoals die in de afgelopen jaren gebruikelijk was).
    De eisen die aan fietsverlichting worden

    gesteld lopen uiteen voor de verschillende landen. Zo is onder andere in Engeland, Denemarken en België knipperlicht toegestaan, maar in Duitsland, Nederland en Frankrijk niet. In Duitsland en Engeland is een vaste bevestiging van de verlichting verplicht, in de andere landen niet. In sommige landen worden eisen gesteld aan de lichtopbrengst van een lamp, in andere niet. Duitsland kent de strengste eisen; Nederland stelt in vergelijking met de andere landen vrij lage eisen.
    Fabrikanten van fietsverlichting opereren op een Europese markt. Fiets- en verlichtingsfabrikanten passen om die reden bij kwaliteitsverlichting bij voorkeur de Duitse eisen toe.
    Op technisch gebied is veel gaande; de traditionele gloeilampjes, dynamo en bedrading worden steeds meer vervangen door led verlichting en een scala aan verlichtingsmogelijkheden. Nieuwe technische mogelijkheden en verscherpte controle hebben in Nederland eengroot assortiment verlichting van lage kwaliteit op de markt gebracht. Daarnaast is er een beperkte markt voor verlichting van hoge kwaliteit voor mensen die intrinsiek gemotiveerd zijn om goed zichtbaar te zijn en/of goed te kunnen zien bij duisternis.
    Marktpartijen zijn positief over de mogelijkheden

    om nieuwe en betere producten te ontwerpen en op de markt te brengen. Verlichtingstechnisch is in Nederland de kennis beschikbaar om innovatie mogelijk te maken. Er is momenteel echter geen partij die sturing geeft aan ontwikkeling en aanbod die tot een verhoging van de kwaliteit aanspoort. Het bereiken van consensus tussen partijen over de gewenste ontwikkelingsrichting is niet op korte termijn te verwachten. De verschillen in perceptie en waardering van de rol van fietsverlichting in fietsveiligheid zijn groot. Een harde wettelijke verplichting in de vorm van een Europese norm of keurmerk is er niet. Inferieure producten kunnen niet door een keurmerk en controle van de markt geweerd worden. Verlichtingsfabrikanten in Nederland betwijfelen of het nastreven van een Europese standaard wenselijk is. Het gebruik van de fiets, de verlichtingscondities, de geografische condities en de cultuur in de Europese landen verschillen sterk van elkaar. Men is wel positief over het stellen van minimumeisen aan fietsverlichting.
    Die eisen zouden dan vooral betrekking moeten hebben op de lichtopbrengst
    en karakteristieken van de lichtbundel (bijvoorbeeld het eisen van minimaal 1 ster in het huidige keurmerk). Er is bij de marktpartijen echter duidelijk minder animo voor het stellen van eisen aan de robuustheid en het gebruiksgemak van verlichtingssystemen. We moeten echter ook constateren dat de consumentenvraag naar kwaliteitsproducten en de urgentie daarover heel beperkt is. Het thema leeft niet of nauwelijks onder de grote groep consumenten. De lage urgentie is deels verklaarbaar door het feit dat de consument in winkels en op websites geen duidelijk signaal krijgt dat er grote verschillen in kwaliteit in fietsverlichting zijn en dat dit belangrijk voor hun veiligheid op de weg. Ook in verlichtingscampagnes wordt hieraan weinig aandacht besteed. Het accent ligt op het hebben van verlichting. Informatie over karakteristieken van die verlichting is schaars. Het keuzemoment wordt niet geleverd.
    Stimuleren van het gevaarbesef onder fietsersen het bieden van informatie over kwaliteitverlichting zien we dan ook als belangrijke aangrijpingspunten voor het in de praktijk verbeteren van fietsverlichting. De vraag naar hoogwaardige fietsverlichting zal gestimuleerd moeten worden door voorlichting aan gebruikers, detailhandel en marktpartijen. Het huidige keurmerk is een stap in die richting, maar vraagt een bredere en meer gedegen uitrol. De informatie aan consument en detailhandel kan eraan bijdragen dat het keuzemoment voor fietsverlichting veel explicieter wordt. Hier horen niet alleen argumenten vanuit de verkeersveiligheid bij, maar zou ook aandacht besteed kunnen worden aan milieu en duurzaamheid. De goedkope losse lampjes zijn weggooiartikelen. De duurdere losse lampen functioneren goed, maar gebruiken batterijen die uiteindelijk ook vervangen moeten worden. Goed kunnen zien is wellicht iets dat veiligheidsbewuste en koopkrachtige ouderen waarderen; bij ouders van scholieren is vooral de vraag naar robuuste verlichting erg groot; onder de middengroep van 20 tot 55 jarigen zitten misschien (potentieel) veel fietsers die geïnteresseerd zijn in duurzame systemen.
    Innovaties die beter aansluiten bij de vraag van specifieke gebruikersgroepen vormen dan ook een belangrijke impuls voor het in de praktijk verbeteren van fietsverlichting.

Relevantie

Terug naar 'Kennisbank'
Submenu openen

Verbetering van fietsverlichting. Verkenning van beleidsmogelijkheden.

No data found
Scroll naar boven